
Datum van drukken:
24-05-2013Interactieve handleiding [Verdiepen | Zelfhulp | Wat te doen wanneer ...]
Uitgave van de handleiding: ÄJ 2012-Ma
Aanwijzing: De online-handleiding is altijd de meest actuele versie. Eventuele afwijkingen ten opzichte van uw auto kunnen mogelijk niet behandeld zijn, omdat Mercedes-Benz zijn auto's voortdurend aan de nieuwste technische ontwikkelingen aanpast en wijzigingen in de vorm en uitrusting doorvoert. Houdt u er daarom rekening mee dat deze Online-handleiding in geen geval de gedrukte handleiding vervangt, die bij de auto werd geleverd.
Snelle toegang
Inhoud
| Waarschuwings- en controlelampjes in instrumentenpaneel |
| Motor |
| Sleutel |
| Tanken |
| Waarschuwingssignalen |
| Koelvloeistof |
WAARSCHUWING
Onderhoudswerkzaamheden alleen laten uitvoeren bij een gekwalificeerde werkplaats die over de benodigde vakkennis en uitrusting beschikt om de vereiste werkzaamheden uit te voeren, bijvoorbeeld een smart center. Vooral veiligheidsrelevante werkzaamheden en werkzaamheden aan veiligheidsrelevante systemen dienen absoluut bij een gekwalificeerde werkplaats te worden uitgevoerd. Als deze werkzaamheden ondeskundig worden uitgevoerd, bestaat het gevaar voor ongevallen en letsel.
|
Boodschappen in het display |
Mogelijke oorzaken/Volgen en |
|---|---|
|
Het gele ABS-waarschuwingslampje brandt bij het inschakelen van het contact. |
|
|
Het gele ABS-waarschuwingslampje brandt als de motor draait. |
|
|
Het rode waarschuwingslampje van het remsysteem brandt bij het inschakelen van het contact. |
|
|
Het rode waarschuwingslampje van het remsysteem brandt als de parkeerrem bediend is. |
|
|
Het rode waarschuwingslampje van het remsysteem en het gele ABS-controlelampje branden als de motor draait. |
|
|
Het rode waarschuwingslampje remsysteem brandt als de motor draait. |
|
|
Het groene dimlichtcontrolelampje brandt. |
|
|
Het blauwe controlelampje grootlicht brandt. |
|
|
Het gele mistachterlichtcontrolelampje brandt. |
|
|
Het gele ESP®-waarschuwingslampje brandt als de motor draait. |
|
|
Het gele ESP®-waarschuwingslampje knippert als de motor draait. |
|
|
Het rode airbagcontrolelampje brandt bij het inschakelen van het contact en dooft na maximaal 4 seconden. |
|
|
Het rode airbagcontrolelampje dooft maximaal 4 seconden na het inschakelen van het contact gedurende circa 1 seconde en gaat vervolgens permanent branden. |
|
|
Het rode airbagcontrolelampje brandt tijdens het rijden. |
|
|
De groene controlelampjes van de richtingaanwijzers knipperen met de dubbele frequentie. |
|
|
Het rode accucontrolelampje brandt bij het inschakelen van het contact. |
|
|
Het rode accucontrolelampje brandt tijdens het rijden of dooft niet na het starten van de motor. |
|
|
Het rode oliedrukcontrolelampje brandt bij het inschakelen van het contact. |
Het controlelampje dooft als de motor gestart en de oliedruk voldoende is. Het oliedrukcontrolelampje is een waarschuwingslampje dat een te lage oliedruk aangeeft. Regelmatig het oliepeil controleren meer. |
|
Het rode oliedrukcontrolelampje brandt tijdens het rijden. |
|
|
Het rode oliedrukcontrolelampje dooft voordat de motor gestart is. |
|
|
Het gele waarschuwingslampje motordiagnose brandt bij het inschakelen van het contact. |
|
|
Het gele waarschuwingslampje motordiagnose brandt tijdens het rijden. |
|
|
Het rode waarschuwingslampje veiligheidsgordels dooft na het starten van de motor, zodra het bestuurdersportier gesloten is. |
Gevaar voor letsel De veiligheidsgordel aan bestuurderszijde is niet omgegespt. ![]() De veiligheidsgordel omgespen meer. |
|
Het rode waarschuwingslampje veiligheidsgordels knippert tijdens het rijden en er is een waarschuwingssignaal hoorbaar. |
De veiligheidsgordel aan bestuurderszijde is niet omgegespt en er wordt sneller dan 8 km/h gereden. ![]() De veiligheidsgordel omgespen meer. |
|
Het rode waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur gaat branden. |
|
|
Het gele controlelampje van de stop-start-functie knippert circa 10 seconden en dooft vervolgens. |
|
|
Op het multifunctioneel display brandt de grote steeksleutel permanent en de kleine steeksleutel knippert. |
|
Probleem |
Mogelijke oorzaken/Volgen en |
|---|---|
|
De auto kan met de sleutel niet meer worden ver- of ontgrendeld. |
De batterijen van de sleutel zijn zwak of leeg. Als dit niet lukt: ![]() De batterijen van de sleutel controleren en zo nodig vervangen meer. |
|
|
|
|
|
|
Probleem |
Mogelijke oorzaken/Volgen en |
|---|---|
|
Alle segmenten van de brandstofmeter meer knipperen. |
|
Probleem |
Mogelijke oorzaken/Volgen en |
|---|---|
|
|
Het alarm wordt geactiveerd:
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Gevaar voor letsel De veiligheidsgordel aan bestuurderszijde is niet omgegespt en er wordt sneller dan 8 km/h gereden. ![]() De veiligheidsgordel omgespen meer. |
|
Tijdens het remmen zijn continu geluiden vanaf de vooras te horen. |
Voetnoten
Datum van drukken:
24-05-2013Interactieve handleiding [Verdiepen | Zelfhulp | Wat te doen wanneer ...]
Uitgave van de handleiding: ÄJ 2012-Ma
Aanwijzing: De online-handleiding is altijd de meest actuele versie. Eventuele afwijkingen ten opzichte van uw auto kunnen mogelijk niet behandeld zijn, omdat Mercedes-Benz zijn auto's voortdurend aan de nieuwste technische ontwikkelingen aanpast en wijzigingen in de vorm en uitrusting doorvoert. Houdt u er daarom rekening mee dat deze Online-handleiding in geen geval de gedrukte handleiding vervangt, die bij de auto werd geleverd.