Datum van drukken:

24-05-2013

Interactieve handleiding [Verdiepen | Zelfhulp | Wat te doen wanneer ...]

Uitgave van de handleiding: ÄJ 2012-Ma

Aanwijzing: De online-handleiding is altijd de meest actuele versie. Eventuele afwijkingen ten opzichte van uw auto kunnen mogelijk niet behandeld zijn, omdat Mercedes-Benz zijn auto's voortdurend aan de nieuwste technische ontwikkelingen aanpast en wijzigingen in de vorm en uitrusting doorvoert. Houdt u er daarom rekening mee dat deze Online-handleiding in geen geval de gedrukte handleiding vervangt, die bij de auto werd geleverd.

Wat te doen wanneer ...

Waarschuwings- en controlelampjes in instrumentenpaneel

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

WAARSCHUWING

Onderhoudswerkzaamheden alleen laten uitvoeren bij een gekwalificeerde werkplaats die over de benodigde vakkennis en uitrusting beschikt om de vereiste werkzaamheden uit te voeren, bijvoorbeeld een smart center. Vooral veiligheidsrelevante werkzaamheden en werkzaamheden aan veiligheidsrelevante systemen dienen absoluut bij een gekwalificeerde werkplaats te worden uitgevoerd. Als deze werkzaamheden ondeskundig worden uitgevoerd, bestaat het gevaar voor ongevallen en letsel.

Boodschappen in het display

Mogelijke oorzaken/Volgen en > Oplossingen

mbsymb2_inv_0021.png

Het gele ABS-waarschuwingslampje brandt bij het inschakelen van het contact.

Het systeem voert een zelfdiagnose uit.

Het waarschuwingslampje dooft:

  • na het starten van de motor

  • na uiterlijk 10 seconden

 

mbsymb2_inv_0021.png

Het gele ABS-waarschuwingslampje brandt als de motor draait.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor ongevallen

Het ABS is vanwege een storing uitgeschakeld. Bovendien is ook het ESP® uitgeschakeld. Het remsysteem blijft normaal functioneren, echter zonder elektronische ondersteuning. De wielen kunnen daardoor bijvoorbeeld bij een noodstop blokkeren.

Niet verder rijden.

De auto meteen op een veilige plaats parkeren.

De auto met de parkeerrem tegen wegrollen beveiligen als de auto wordt verlaten.

Een hulpdienst bellen, bijvoorbeeld smartmove Assistance of een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb1a_inv_004a.png

Het rode waarschuwingslampje van het remsysteem brandt bij het inschakelen van het contact.

Het waarschuwingslampje dooft:

  • na het starten van de motor

  • na uiterlijk 10 seconden

 

mbsymb1a_inv_004a.png

Het rode waarschuwingslampje van het remsysteem brandt als de parkeerrem bediend is.

De parkeerrem is bediend.

De parkeerrem vrijzetten.

mbsymb1a_inv_004a.png mbsymb2_inv_0021.png

Het rode waarschuwingslampje van het remsysteem en het gele ABS-controlelampje branden als de motor draait.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor ongevallen

Het ABS is vanwege een storing uitgeschakeld. Bovendien is ook het ESP® uitgeschakeld.

Direct naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb1a_inv_004a.png

Het rode waarschuwingslampje remsysteem brandt als de motor draait.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor ongevallen

Er bevindt zich te weinig remvloeistof in het remvloeistofreservoir.

Niet verder rijden.

De auto meteen op een veilige plaats parkeren.

De auto met de parkeerrem tegen wegrollen beveiligen als de auto wordt verlaten.

Een hulpdienst bellen, bijvoorbeeld smartmove Assistance of een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor ongevallen

De remkring is uitgevallen.

Niet verder rijden.

De auto meteen op een veilige plaats parkeren.

De auto met de parkeerrem tegen wegrollen beveiligen als de auto wordt verlaten.

Een hulpdienst bellen, bijvoorbeeld smartmove Assistance of een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb2_inv_004c.png

Het groene dimlichtcontrolelampje brandt.

Het dimlicht is ingeschakeld.

 

mbsymb2_inv_004b.png

Het blauwe controlelampje grootlicht brandt.

Het grootlicht of het lichtsignaal is ingeschakeld.

 

mbsymb2_inv_0051.png

Het gele mistachterlichtcontrolelampje brandt.

Het mistachterlicht is ingeschakeld.

 

mbsymb2_inv_00f7.png

Het gele ESP®-waarschuwingslampje brandt als de motor draait.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor ongevallen

Het ESP® is niet beschikbaar.

Wanneer het ESP® niet beschikbaar is, wordt de auto niet gestabiliseerd wanneer:

  • deze gaat slingeren

  • deze over- of onderstuurt

  • een wiel doordraait.

De rijstijl aan de weersomstandigheden en de toestand van het wegdek aanpassen.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor ongevallen

Het ESP® is vanwege een storing uitgeschakeld.

De motor opnieuw starten.

Als het controlelampje vervolgens opnieuw niet dooft:

Voorzichtig verder rijden.

Direct naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb2_inv_00f7.png

Het gele ESP®-waarschuwingslampje knippert als de motor draait.

Het ESP® grijpt in omdat er slipgevaar is, het gevaar van onder- of overstuur bestaat, of omdat ten minste één wiel doordraait.

Bij het wegrijden het rijpedaal slechts zo ver als nodig indrukken.

Tijdens het rijden het rijpedaal laten opkomen.

De rijstijl aan de weersomstandigheden en de toestand van het wegdek aanpassen.

mbsymb2_inv_0036.png

Het rode airbagcontrolelampje brandt bij het inschakelen van het contact en dooft na maximaal 4 seconden.

Het systeem voert een zelfdiagnose uit.

 

mbsymb2_inv_0036.png

Het rode airbagcontrolelampje dooft maximaal 4 seconden na het inschakelen van het contact gedurende circa 1 seconde en gaat vervolgens permanent branden.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor ongevallen

De veiligheidssystemen vertonen een storing. De airbags of gordelspanners kunnen onbedoeld worden geactiveerd of worden bij een ongeval helemaal niet geactiveerd.

Niemand op de passagiersstoel laten zitten, met name kinderen niet.

Naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb2_inv_0036.png

Het rode airbagcontrolelampje brandt tijdens het rijden.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor ongevallen

De veiligheidssystemen vertonen een storing. De airbags of gordelspanners kunnen onbedoeld worden geactiveerd of worden bij een ongeval helemaal niet geactiveerd.

Direct naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb5_inv_0023.png mbsymb5_inv_0021.png

De groene controlelampjes van de richtingaanwijzers knipperen met de dubbele frequentie.

Een richtingaanwijzer is defect.

Het lampje vervangen meer.

of

Naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb1b_inv_0023.png

Het rode accucontrolelampje brandt bij het inschakelen van het contact.

Het controlelampje dooft als de motor draait.

 

mbsymb1b_inv_0023.png

Het rode accucontrolelampje brandt tijdens het rijden of dooft niet na het starten van de motor.

De accu wordt niet opgeladen.

Niet verder rijden.

De auto meteen op een veilige plaats parkeren.

De auto met de parkeerrem tegen wegrollen beveiligen als de auto wordt verlaten.

Een hulpdienst bellen, bijvoorbeeld smartmove Assistance of een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb1b_inv_0035.png

Het rode oliedrukcontrolelampje brandt bij het inschakelen van het contact.

Het controlelampje dooft als de motor gestart en de oliedruk voldoende is.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

Het oliedrukcontrolelampje is een waarschuwingslampje dat een te lage oliedruk aangeeft. Regelmatig het oliepeil controleren meer.

mbsymb1b_inv_0035.png

Het rode oliedrukcontrolelampje brandt tijdens het rijden.

 

Niet verder rijden.

De auto direct op een veilige plaats stoppen en de motor afzetten.

De auto met de parkeerrem tegen wegrollen beveiligen als de auto wordt verlaten.

Een hulpdienst bellen, bijvoorbeeld smartmove Assistance of een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb1b_inv_0035.png

Het rode oliedrukcontrolelampje dooft voordat de motor gestart is.

Het controlelampje is defect.

Het oliepeil controleren.

Naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

../../../../global/pictures_smart/symb_ruf.png

Als wordt verdergereden of als de motor blijft draaien, kan dit leiden tot een kapitale motorschade.

mbsymb1b_inv_003b.png

Het gele waarschuwingslampje motordiagnose brandt bij het inschakelen van het contact.

Het controlelampje dooft na het starten van de motor of na tien seconden, als de motorelektronica zonder storingen werkt.

 

mbsymb1b_inv_003b.png

Het gele waarschuwingslampje motordiagnose brandt tijdens het rijden.

Er kan een storing zijn opgetreden.

Direct naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb2_inv_0037.png

Het rode waarschuwingslampje veiligheidsgordels dooft na het starten van de motor, zodra het bestuurdersportier gesloten is.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor letsel

De veiligheidsgordel aan bestuurderszijde is niet omgegespt.

De veiligheidsgordel omgespen meer.

Het waarschuwingslampje dooft.

mbsymb2_inv_0037.png

Het rode waarschuwingslampje veiligheidsgordels knippert tijdens het rijden en er is een waarschuwingssignaal hoorbaar.

De veiligheidsgordel aan bestuurderszijde is niet omgegespt en er wordt sneller dan 8 km/h gereden.

De veiligheidsgordel omgespen meer.

Het waarschuwingslampje dooft.

mbsymb1b_inv_003f.png

Het rode waarschuwingslampje koelvloeistoftemperatuur gaat branden.

De koelvloeistof is te warm, de motor wordt niet voldoende gekoeld.

Hoge motortoerentallen en hoge rijsnelheden vermijden.

De auto direct op een veilige plaats stoppen en de motor afzetten.

De auto met de parkeerrem tegen wegrollen beveiligen.

Een hulpdienst bellen, bijvoorbeeld smartmove Assistance of een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.

mbsymb1a_inv_00a4.png

Het gele controlelampje van de stop-start-functie knippert circa 10 seconden en dooft vervolgens.

De stop-start-functie[1] vertoont een storing en wordt uitgeschakeld.

Naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

Mbsymb3_007d.png

Op het multifunctioneel display brandt de grote steeksleutel permanent en de kleine steeksleutel knippert.

Er is een storing van de versnellingsbak aanwezig.

Naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

Motor

Probleem

Mogelijke oorzaken/Volgen en > Oplossingen

De motor start niet.

 

Controleren, of:

  • de versnellingshendel in stand N staat

  • het rempedaal is ingedrukt

  • op het multifunctioneel display N staat.

De motor start niet binnen 4 seconden.

 

Kort wachten.

De startprocedure herhalen.

De motor start na meerdere pogingen niet.

 

De auto met de parkeerrem tegen wegrollen beveiligen als de auto wordt verlaten.

Een hulpdienst bellen, bijvoorbeeld smartmove Assistance of een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.

Sleutel

Probleem

Mogelijke oorzaken/Volgen en > Oplossingen

De auto kan met de sleutel niet meer worden ver- of ontgrendeld.

De batterijen van de sleutel zijn zwak of leeg.

De punt van de sleutel van dichtbij op de auto richten en opnieuw proberen de auto te ontgrendelen of te vergrendelen.

Als dit niet lukt:

De auto met de hand sluiten meer of het linker portier met de sleutel ontgrendelen meer.

De batterijen van de sleutel controleren en zo nodig vervangen meer.

De sleutel is defect.

De auto met de hand sluiten meer of het linker portier met de sleutel ontgrendelen meer.

De sleutel laten controleren bij een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.

U heeft een sleutel verloren.

Bij een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center, een nieuwe sleutel aanvragen.

De motor kan niet met de sleutel worden gestart.

De boordspanning is te laag.

De 12V-accu controleren en zo nodig opladen meer.

of

Starthulp ontvangen meer.

of

Contact opnemen met een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.

Tanken

Probleem

Mogelijke oorzaken/Volgen en > Oplossingen

Alle segmenten van de brandstofmeter meer knipperen.

Er is een storing opgetreden in het doorgeven van het vulniveau.

Een tankstation opzoeken, voltanken en verder rijden aan de hand van de kilometerteller.

Naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

Waarschuwingssignalen

Probleem

Mogelijke oorzaken/Volgen en > Oplossingen

Het alarmsysteem gaat plotseling af.

Het alarm wordt geactiveerd:

  • door het openen van een portier of de achterklep

  • bij het ontgrendelen van het linker portier met de sleutel meer

  • bij binnendringen in het interieur

  • bij beweging in het interieur

  • bij schuinstand van de auto.

Alarm beëindigen: De sleutel in het contactslot steken.

of

Toets mbsymb1_inv_0023.png of mbsymb1_inv_002a.png van de sleutel indrukken.

Het alarm stopt.

Er klinkt een waarschuwingssignaal.

U rijdt met bediende parkeerrem.

De parkeerrem vrijzetten.

Er klinkt een waarschuwingssignaal.

U hebt het portier geopend en bent vergeten het licht uit te doen.

De verlichtingsschakelaar in stand mbsymb5_inv_0024.png zetten.

Er klinkt een waarschuwingssignaal.

Het bestuurdersportier is geopend als de motor draait en een versnelling is ingeschakeld.

De versnellingshendel in stand N zetten.

of

Het bestuurdersportier sluiten.

of

De motor afzetten.

Er klinkt een waarschuwingssignaal.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

Gevaar voor letsel

De veiligheidsgordel aan bestuurderszijde is niet omgegespt en er wordt sneller dan 8 km/h gereden.

De veiligheidsgordel omgespen meer.

Het waarschuwingssignaal stopt.

Tijdens het remmen zijn continu geluiden vanaf de vooras te horen.

De mechanisch-akoestische remblokslijtage-indicator geeft aan dat de remblokken versleten zijn.

Naar een gekwalificeerde werkplaats gaan, bijvoorbeeld een smart center.

Koelvloeistof

Probleem

Mogelijke oorzaken/Volgen en > Oplossingen

De auto verliest koelvloeistof.

Koelvloeistof bijvullen meer.

Bij een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center, de reden voor het koelvloeistofverlies laten vaststellen.

Voetnoten

[1]
Alleen auto's met micro hybrid drive (mhd).

Datum van drukken:

24-05-2013

Interactieve handleiding [Verdiepen | Zelfhulp | Wat te doen wanneer ...]

Uitgave van de handleiding: ÄJ 2012-Ma

Aanwijzing: De online-handleiding is altijd de meest actuele versie. Eventuele afwijkingen ten opzichte van uw auto kunnen mogelijk niet behandeld zijn, omdat Mercedes-Benz zijn auto's voortdurend aan de nieuwste technische ontwikkelingen aanpast en wijzigingen in de vorm en uitrusting doorvoert. Houdt u er daarom rekening mee dat deze Online-handleiding in geen geval de gedrukte handleiding vervangt, die bij de auto werd geleverd.