
Datum van drukken:
17-05-2012Interactieve handleiding [Verdiepen | Veiligheid | Veiligheidssystemen inzittenden]
Uitgave van de handleiding: ÄJ 2012-Ma
Aanwijzing: De online-handleiding is altijd de meest actuele versie. Eventuele afwijkingen ten opzichte van uw auto kunnen mogelijk niet behandeld zijn, omdat Mercedes-Benz zijn auto's voortdurend aan de nieuwste technische ontwikkelingen aanpast en wijzigingen in de vorm en uitrusting doorvoert. Houdt u er daarom rekening mee dat deze Online-handleiding in geen geval de gedrukte handleiding vervangt, die bij de auto werd geleverd.
Veiligheidsgordels vormen - aangevuld met gordelspanners en gordelkrachtbegrenzers - samen met de airbags een op elkaar afgestemd aanvullend veiligheidssysteem (Supplemental Restraint System). Het aanvullend veiligheidssysteem kan bij kritische situaties het risico van het contact van de inzittenden met het interieur beperken en daarmee hun veiligheid verhogen.
WAARSCHUWING
Als de veiligheidsgordel niet of niet correct wordt gedragen of niet goed in het gordelslot is vastgeklikt, kan deze zijn beschermende werking niet goed vervullen. Onder bepaalde omstandigheden kunt u dan zwaar tot zelfs dodelijk letsel oplopen. Daarom erop letten dat alle inzittenden - vooral zwangere vrouwen - de veiligheidsgordel altijd correct dragen.
Altijd erop letten dat de gordel:
De veiligheidsgordel nooit gebruiken om gelijktijdig een persoon en een voorwerp te beschermen.
Geen dikke kleding dragen (zoals een winterjas).
De gordelband niet over scherpe of licht breekbare voorwerpen leiden, in het bijzonder als deze zich aan of in de kleding bevinden, zoals brillen, pennen of sleutels. De gordelband zou anders bij een ongeval kunnen scheuren en u of andere inzittenden zouden zich kunnen verwonden.
Een veiligheidsgordel mag slechts door één persoon worden gebruikt.
Kinderen mogen in geen geval op de schoot van één van de inzittenden plaatsnemen. Het kind kan anders bij een ongeval of abrupt remmen niet meer worden vastgehouden; het kind of andere inzittenden kunnen zwaar tot dodelijk letsel oplopen.
Personen kleiner dan 1,50 m en kinderen jonger dan 12 jaar kunnen de veiligheidsgordels niet correct dragen. Ze moeten daarom ter bescherming bij een ongeval gebruikmaken van aanvullende, hiertoe geschikte kinderzitjes op geschikte zitplaatsen. Altijd te werk gaan volgens de montagehandleiding van de fabrikant van het kinderzitje.
WAARSCHUWING
De veiligheidsgordel kan zijn beschermende werking alleen vervullen als de rugleuning vrijwel verticaal staat en de inzittende dus vrijwel rechtop zit. Zithoudingen vermijden die een correcte ligging van de veiligheidsgordel belemmeren. Daarom de rugleuning zo rechtop mogelijk zetten. Nooit met sterk achterovergekantelde rugleuning rijden. Anders kunt u bij een ongeval of plotselinge remmanoeuvre zwaar tot dodelijk letsel oplopen.
WAARSCHUWING
Wijzigingen of ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden aan een veiligheidssysteem (veiligheidsgordel en -verankeringen, gordelspanner, gordelkrachtbegrenzer of airbag) of de bedrading ervan, evenals ingrepen aan andere ermee verbonden elektronische systemen, kunnen ertoe leiden dat de veiligheidssystemen niet meer naar behoren kunnen functioneren. Airbags of gordelspanners kunnen bijvoorbeeld bij ongevallen met voldoende vertraging uitvallen of onbedoeld geactiveerd worden. Daarom nooit wijzigingen aanbrengen in de veiligheidssystemen. Geen ondeskundige ingrepen aan elektronische onderdelen en de software hiervan uitvoeren.
WAARSCHUWING
De veiligheidsgordel kan niet meer naar behoren functioneren als de gordelband of het gordelslot vervuild of beschadigd is. Daarom de gordelband en het gordelslot schoonhouden, omdat anders de gordelslottong niet goed in het gordelslot kan worden vergrendeld.
Regelmatig controleren of de veiligheidsgordels:
Anders kan bij een ongeval de gordelband scheuren. U of anderen kunnen dan zwaar tot zelfs dodelijk letsel oplopen.
Veiligheidsgordels die zijn beschadigd of bij een ongeval sterk belast zijn, laten vervangen en de bevestigingspunten laten controleren. Een gekwalificeerde werkplaats kiezen die over de benodigde vakkennis en uitrusting beschikt om de vereiste werkzaamheden uit te voeren. smart adviseert hiervoor een smart center.
smart adviseert in verband met de veiligheid alleen veiligheidsgordels te gebruiken die door smart speciaal voor de auto zijn goedgekeurd, of veiligheidsgordels die minimaal net zo veilig zijn. Informatie hierover is verkrijgbaar bij een gekwalificeerde werkplaats, bijvoorbeeld een smart center.
De veiligheidsgordels beschikken via gordelspanners en gordelkrachtbegrenzers, waarvan de werking hierna wordt verklaard.
Gordelspanners:
Wanneer een gordelspanner geactiveerd is, brandt het airbag-controlelampje
in het instrumentenpaneel.
Gordelkrachtbegrenzers reduceren bij activering de bij een ongeval optredende gordelbelasting op de inzittenden.
De gordelkrachtbegrenzer is op de frontairbag afgestemd, die een deel van de vertragingskrachten van de veiligheidsgordel overneemt, waardoor een gespreide verdeling van de belasting plaatsvindt.
Wanneer het contact is ingeschakeld, wordt de gordelspanner bij een frontale aanrijding of een aanrijding van achteren geactiveerd, wanneer de auto aan het begin van de aanrijding in lengterichting sterk wordt vertraagd of versneld.
WAARSCHUWING
Gordelspanners kunnen na activering niet meer gebruiksklaar en moeten worden vervangen. smart adviseert hiervoor een gekwalificeerde werkplaats. Vooral veiligheidsrelevante werkzaamheden en werkzaamheden aan veiligheidsrelevante systemen dienen absoluut bij een gekwalificeerde werkplaats te worden uitgevoerd.
Bij het afvoeren van gordelspanners de veiligheidsvoorschriften opvolgen. De voorschriften zijn bij iedere gekwalificeerde werkplaats ter inzage beschikbaar, bijvoorbeeld bij een smart center.
Airbags kunnen de verwondingen bij zware aanrijdingen beperken, bijvoorbeeld bij een frontale aanrijding of een aanrijding van opzij.
WAARSCHUWING
In combinatie met een correct gedragen veiligheidsgordel bieden uw airbags extra beschermingspotentieel. Ze vormen echter geen vervanging voor de veiligheidsgordel.
Om de kans op zwaar tot dodelijk letsel bij een ongeval, bij sterke vertraging of bij abrupt remmen - bijvoorbeeld waarbij de airbags binnen enkele milliseconden krachtig worden opgeblazen - te verkleinen, op het volgende letten:
Alle inzittenden moeten een zitpositie kiezen, waarbij ze de gordel op correcte wijze kunnen dragen en ze zo ver mogelijk van de airbag verwijderd zitten. De zithouding van de bestuurder moet daarbij het veilig besturen van de auto mogelijk maken. De armen van de bestuurder moeten iets gebogen zijn ten opzichte van het stuurwiel. De bestuurder moet de afstand tot de pedalen zo kiezen, dat deze volledig kunnen worden ingedrukt.
Een stoelinstelling kiezen, die zo ver mogelijk van de frontairbag verwijderd is, maar desondanks een veilige besturing van de auto toelaat.
Inzittenden moeten altijd de veiligheidsgordel correct dragen en rechtop tegen een vrijwel verticaal geplaatste rugleuning zitten. De hoofdsteun moet het achterhoofd ongeveer op ooghoogte ondersteunen. De passagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren zetten, vooral als hierop kinderen in een kinderzitje zitten.
Geen naar achteren gericht kinderzitje gebruiken wanneer de passagiersairbag niet uitgeschakeld is.
In het bijzonder tijdens het rijden niet naar voren buigen, bijvoorbeeld over de bekledingsplaat in het stuurwiel.
Het stuurwiel alleen aan de stuurwielrand vasthouden. Op deze wijze kan de airbag ongehinderd worden opgeblazen. Indien het stuurwiel aan de binnenzijde wordt vastgehouden, kunt u letsel oplopen wanneer de airbag in werking treedt.
Geen voorwerpen op de airbags of tussen de airbags en de inzittenden plaatsen.
Aan de handgrepen alsmede aan de kledinghaken geen harde voorwerpen zoals kledinghangers hangen.
De kans op verwondingen door een airbag kan vanwege de vereiste hoge snelheid waarmee de airbag wordt opgeblazen niet geheel worden uitgesloten.
De airbag wordt binnen een aantal milliseconden opgeblazen. Wanneer een airbag geactiveerd is, brandt airbagcontrolelampje
in het instrumentenpaneel.
De opgeblazen airbag remt en vermindert de beweging van de inzittenden. Door het contact tussen inzittende en airbag stroomt heet gas uit de opgeblazen front- en head-thorax-sidebag. Hierdoor wordt de belasting op hoofd en bovenlichaam van de inzittende verminderd. Deze airbags zijn na een ongeval daarom drukloos.
WAARSCHUWING
Nadat de airbags in werking getreden zijn:
zijn airbagdelen heet. Deze delen niet aanraken, omdat u zich anders kunt branden
moeten de airbags bij een gekwalificeerde werkplaats worden vervangen, die over de benodigde vakkennis en uitrusting beschikt om de vereiste werkzaamheden uit te voeren. smart adviseert hiervoor een gekwalificeerde werkplaats. Vooral veiligheidsrelevante werkzaamheden en werkzaamheden aan veiligheidsrelevante systemen dienen absoluut bij een gekwalificeerde werkplaats te worden uitgevoerd.
WAARSCHUWING
Tijdens het activeren van de airbag komt gedurende korte tijd een geringe hoeveelheid stof vrij. Dit stof is niet schadelijk voor de gezondheid en duidt niet op brand in de auto. Het stof kan bij personen met astma of ademhalingsmoeilijkheden kortstondige ademhalingsproblemen veroorzaken. Om dit te voorkomen direct uitstappen als het veilig is om dit te doen of een ruit openen om buitenlucht binnen te laten.
De frontairbags vergroten de bescherming van bestuurder en passagier tegen hoofd- en borstletsel.
De bestuurdersairbag en passagiersairbag worden geactiveerd:
Auto's met handmatige airbaguitschakeling: De passagiersairbag is bij ingeschakeld contact altijd geactiveerd, behalve wanneer de passagiersairbag handmatig is uitgeschakeld.
Als de passagiersairbag uitgeschakeld is, brandt het controlelampje PASSENGER AIRBAG OFF
in de dakbedieningseenheid meer bij ingeschakeld contact permanent.
Als de passagiersairbag ingeschakeld is, gaat het controlelampje PASSENGER AIRBAG ON bij ingeschakeld contact 60 seconden branden. Daarna dooft het controlelampje.
De passagiersairbag uitschakelen: meer.
WAARSCHUWING
Als het controlelampje PASSENGER AIRBAG OFF
in de dakbedieningseenheid niet brandt, is de passagiersairbag niet uitgeschakeld. Als de passagiersairbag niet uitgeschakeld is, kan het kind in het kinderzitje door het activeren van de passagiersairbag zwaar tot dodelijk letsel oplopen. Vooral
wanneer het kind zich op het moment van activeren dicht bij de passagiersairbag bevindt.
Geen naar achteren gericht kinderzitje gebruiken wanneer de passagiersairbag niet uitgeschakeld is.
De passagiersairbag is alleen uitgeschakeld wanneer deze met de hand wordt uitgeschakeld.
De bestuurdersairbag ontvouwt zich voor het stuurwiel, passagiersairbag voor en boven het dashboardkastje.
|
Bestuurdersairbag |
|
Passagiersairbag |
WAARSCHUWING
Om het gevaar voor letsel voor de inzittenden te verminderen als de head-thorax-sidebag wordt opgeblazen erop letten dat:
WAARSCHUWING
Om de kans op zwaar tot zelfs dodelijk letsel te verkleinen als de head-thorax-sidebag in werking treedt, de volgende aanwijzingen in acht nemen:
Inzittenden - vooral kinderen - mogen nooit met het hoofd tegen het gedeelte van de ruit leunen waar de head-thorax-sidebag zich ontvouwt.
Inzittenden moeten de veiligheidsgordel altijd correct dragen en rechtop tegen een vrijwel verticaal geplaatste rugleuning zitten.
Kinderen kleiner dan 1,50 m en jonger dan 12 jaar altijd in een geschikt kinderzitje beveiligen.
WAARSCHUWING
Als u stoelhoezen wenst te gebruiken, adviseert smart om veiligheidsredenen om alleen stoelhoezen te gebruiken die door smart zijn goedgekeurd of gelijkwaardige stoelhoezen.
De stoelhoezen moeten met een scheurnaad voor head-thorax-sidebags zijn uitgerust. Anders kan de head-thorax-sidebag niet goed worden opgeblazen en kan deze zijn beschermende werking bij een ongeval niet naar behoren vervullen. Geschikte stoelbekleding is bijvoorbeeld verkrijgbaar bij een smart center.
Bij activering vergroten de head-thorax-sidebags de bescherming voor het hoofd en bovenlichaam (echter niet voor de armen) van de inzittenden aan aanrijdingszijde.
De head-thorax-sidebags worden geactiveerd:
De head-thorax-sidebags zijn in de rugleuning van bestuurders‑ en passagiersstoel geïntegreerd.
|
Head-thorax-sidebags |
Als een kind in de auto meerijdt:
Informatie over het geschikte kinderzitje is verkrijgbaar bij elk smart center.
WAARSCHUWING
Kinderen nooit zonder toezicht in de auto achterlaten, zelfs niet als deze in een kinderzitje zitten.
De kinderen zouden:
Als kinderen een portier openen, kunnen ze:
Kinderzitjes niet blootstellen aan direct zonlicht. De metalen delen van het kinderzitje kunnen bijvoorbeeld warm worden en het kind kan zich aan de warme delen verbranden.
Nooit zware of harde voorwerpen in het interieur meenemen die niet vastgesjord zijn. Meer informatie vindt u in het trefwoordenregister onder "Richtlijnen met betrekking tot belading".
Zonder geschikt kinderzitje:
Om dit verhoogde gevaar voor letsel te beperken hebben kinderen geschikte kinderzitjes nodig, wanneer ze kleiner dan 1,50 m of jonger dan 12 jaar zijn.
smart adviseert het gebruik van de op meer aangegeven kinderzitjes.
Ter oriëntatie m.b.t. veiligheidsstandaarden van kinderzitjes verwijst smart naar de actuele testberichten van verschillende onafhankelijke instituten (bijvoorbeeld automobielclubs, consumentenverenigingen e.d.).
Voor de koop en het gebruik van een kinderzitje adviseert smart de kinderzitjes bij wijze van proef in de auto in te bouwen. Hierbij de montagehandleiding van de fabrikant opvolgen.
Wanneer een naar achteren gericht kinderzitje op de passagiersstoel wordt gebruikt, moet de passagiersairbag worden uitgeschakeld meer.
Kinderzitjes uit de categorie "Universal" zijn herkenbaar aan het oranje goedkeuringslabel. Het label bevindt zich aan het kinderzitje en kenmerkt het betreffende kinderzitje.
Voorbeeld van een goedkeuringslabel op het kinderzitje
De waarschuwingsstickers bevinden zich op de zonneklep aan passagierszijde.
WAARSCHUWING
Om de kans op zwaar tot dodelijk letsel bij kinderen bij een ongeval, een remmanoeuvre of een plotselinge verandering van richting te verminderen:
Kinderen kleiner dan 1,50 m en jonger dan 12 jaar altijd in een speciaal, geschikt kinderzitje op een geschikte zitplaats beschermen, omdat de veiligheidsgordels niet geschikt zijn voor deze lichaamsafmetingen.
Kinderen mogen in geen geval op de schoot van één van de inzittenden plaatsnemen. Kinderen kunnen door de bij een ongeval optredende krachten, bij remmanoeuvres of een abrupte verandering van richting niet meer worden vastgehouden. Ze kunnen zich aan interieurdelen stoten en zwaar tot dodelijk letsel oplopen.
Alle inzittenden moeten de veiligheidsgordel altijd correct hebben omgegespt.
Als op de passagiersstoel een naar voren gericht kinderzitje is bevestigd, de passagiersstoel altijd zo ver mogelijk naar achteren zetten.
WAARSCHUWING
Als het kinderzitje niet correct op de passagiersstoel is gemonteerd, kan het kind bij een ongeval of een noodstop niet worden tegengehouden en zwaar tot dodelijk letsel oplopen. Bij het aanbrengen van een kinderzitje beslist de montagehandleiding van de fabrikant, alsmede de gebruiksmogelijkheden van het kinderzitje in acht nemen.
Nooit voorwerpen, zoals een kussen, onder het kinderzitje leggen. Het gehele draagvlak van het kinderzitje moet op de zitting van de stoel rusten.
Kinderzitjes mogen niet zonder de originele bekleding worden gebruikt. Beschadigde hoezen uitsluitend vervangen door originele hoezen.
WAARSCHUWING
Als het kinderzitje of het bevestigingssysteem is beschadigd of bij een ongeval is belast, kan het hierin beveiligde kind bij een ongeval, afremmen of een plotselinge verandering van richting zwaar tot dodelijk letsel oplopen.
Beschadigde of bij een ongeval belaste kinderzitjes en hun bevestigingen direct laten controleren bij een gekwalificeerde werkplaats, en indien nodig laten vervangen, bijvoorbeeld bij een smart center.
ISOFIX is een genormeerd bevestigingssysteem voor speciale kinderzitjes op de passagiersstoel. De bevestigingsbeugels zijn tussen zitting en rugleuning gemonteerd.
|
Bevestigingsbeugels |
WAARSCHUWING
Een kinderzitje dat met de ISOFIX-bevestiging voor kinderzitjes wordt bevestigd, biedt onvoldoende bescherming voor kinderen met een gewicht van meer dan 22 kg. Daarom alleen kinderen tot een lichaamsgewicht van 22 kg in een kinderzitje met ISOFIX-bevestiging beschermen. Als het kind meer dan 22 kg weegt, moet het kinderzitje met een driepuntsgordel worden bevestigd.
WAARSCHUWING
Als het kinderzitje niet correct op de passagiersstoel is gemonteerd, kan het kind bij een ongeval of een noodstop niet worden tegengehouden en zwaar tot dodelijk letsel oplopen. Bij het inbouwen altijd te werk gaan volgens de montagehandleiding van de fabrikant van het kinderzitje.
Een verkeerd gemonteerd kinderzitje kan losraken en het kind of andere inzittenden kunnen zwaar tot zelfs dodelijk letsel oplopen. Daarom na het inbouwen van het kinderzitje controleren of het kinderzitje links en rechts in de bevestigingsbeugels vergrendeld is.
WAARSCHUWING
Top Tether biedt de mogelijkheid voor een extra verbinding tussen het met ISOFIX bevestigde kinderzitje en de passagiersstoel. Daardoor kan het gevaar voor letsel verder worden verminderd.
De Top Tether-verankering is op de bodem van de bagageruimte aangebracht. De geleiding voor de Top Tether-gordel is boven op de hoofdsteun aangebracht.
|
Top Tether-geleiding |
|
Passagiersstoel |
|
Top Tether-verankering |
|
Top Tether-gordel van ISOFIX-kinderzitje |
|
Top Tether-haak |
|
Top Tether-verankering |
De automatische kinderzitjeherkenning werkt alleen in auto's die over een overeenkomstige voorbereiding beschikken.
De smart fortwo heeft geen automatische kinderzitjeherkenning. Daarom moet bij het gebruik van naar achteren gerichte kinderzitjes de passagiersairbag handmatig uitgeschakeld worden meer.
Geadviseerde ISOFIX–kinderzitjes van de categorie "Universal"
Het passagiersairbagcontrolelampje geeft de activeringsstatus van de passagiersairbag aan.
|
Controlelampje PASSENGER AIRBAG ON |
|
Controlelampje PASSENGER AIRBAG OFF |
Als de passagiersairbag uitgeschakeld is, brandt het controlelampje PASSENGER AIRBAG OFF
permanent bij ingeschakeld contact.
Als de passagiersairbag ingeschakeld is, gaat het controlelampje PASSENGER AIRBAG ON
bij ingeschakeld contact 60 seconden branden. Daarna dooft het controlelampje.
WAARSCHUWING
Als het controlelampje PASSENGER AIRBAG OFF
in de dakbedieningseenheid niet brandt, is de passagiersairbag niet uitgeschakeld. Als de passagiersairbag niet uitgeschakeld is, kan het kind in het kinderzitje door het activeren van de passagiersairbag zwaar tot dodelijk letsel oplopen. Vooral
wanneer het kind zich op het moment van activeren dicht bij de passagiersairbag bevindt.
Geen naar achteren gericht kinderzitje gebruiken wanneer de passagiersairbag niet uitgeschakeld is.
De passagiersairbag is alleen uitgeschakeld wanneer deze met de hand wordt uitgeschakeld.
Wanneer een naar achteren gericht kinderzitje op de passagiersstoel wordt gebruikt, moet de passagiersairbag worden uitgeschakeld.
WAARSCHUWING
Nooit een kind in een naar achteren gericht kinderzitje op de bijrijdersstoel aanbrengen als:
Ook de betreffende waarschuwingssticker op het instrumentenpaneel in acht nemen.
Als de passagiersairbag handmatig is uitgeschakeld, maar het controlelampje PASSENGER AIRBAG OFF
niet brandt, de uitschakeling van de passagiersairbag bij een gekwalificeerde werkplaats laten controleren.
In de tussentijd geen kinderen vervoeren, omdat deze bij een ongeval zwaar tot dodelijk letsel kunnen oplopen.
WAARSCHUWING
Als het controlelampje PASSENGER AIRBAG OFF
brandt, is de passagiersairbag uitgeschakeld. Deze wordt dan bij een ongeval niet geactiveerd. Er bestaat een verhoogd gevaar
voor letsel of zelfs levensgevaar!
Niet op de passagiersstoel gaan zitten als de passagiersairbag uitgeschakeld is. Als iemand op de passagiersstoel plaatsneemt altijd controleren of het controlelampje PASSENGER AIRBAG ON gedurende 60 seconden brandt en vervolgens dooft.
Waarschuwingssymbool voor een naar achteren gericht kinderzitje
Het slot bevindt zich in het dashboard aan passagierszijde.
Voetnoten
Datum van drukken:
17-05-2012Interactieve handleiding [Verdiepen | Veiligheid | Veiligheidssystemen inzittenden]
Uitgave van de handleiding: ÄJ 2012-Ma
Aanwijzing: De online-handleiding is altijd de meest actuele versie. Eventuele afwijkingen ten opzichte van uw auto kunnen mogelijk niet behandeld zijn, omdat Mercedes-Benz zijn auto's voortdurend aan de nieuwste technische ontwikkelingen aanpast en wijzigingen in de vorm en uitrusting doorvoert. Houdt u er daarom rekening mee dat deze Online-handleiding in geen geval de gedrukte handleiding vervangt, die bij de auto werd geleverd.