Datum van drukken:

17-05-2012

Interactieve handleiding [Verdiepen | Bedienen | Temperatuurregeling]

Uitgave van de handleiding: ÄJ 2012-Ma

Aanwijzing: De online-handleiding is altijd de meest actuele versie. Eventuele afwijkingen ten opzichte van uw auto kunnen mogelijk niet behandeld zijn, omdat Mercedes-Benz zijn auto's voortdurend aan de nieuwste technische ontwikkelingen aanpast en wijzigingen in de vorm en uitrusting doorvoert. Houdt u er daarom rekening mee dat deze Online-handleiding in geen geval de gedrukte handleiding vervangt, die bij de auto werd geleverd.

Temperatuurregeling

Algemene aanwijzingen

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

WAARSCHUWING

De op de volgende pagina's aanbevolen instellingen aanhouden. Anders kunnen de ruiten beslaan. Hierdoor zou u de verkeerssituatie niet goed meer kunnen beoordelen en een ongeval kunnen veroorzaken.

Airconditioning met automatische temperatuurregeling

De airconditioning met automatische temperatuurregeling verhoogt het rijcomfort bij hoge buitentemperaturen, doordat de lucht wordt afgekoeld en gedroogd.

Een filter (micro‑, pollen- en stoffilter) reinigt de buitenlucht. Dit werkt eveneens als de airconditioning met automatische temperatuurregeling uitgeschakeld is en de aanjager ingeschakeld is.

Het drogen van de lucht door de airconditioning met automatische temperatuurregeling zorgt ervoor dat de ruiten bij een hoge luchtvochtigheid niet beslaan.

Dit effect kan eveneens gebruikt worden voor het ontwasemen van de ruiten, als naast de airconditioning met automatische temperatuurregeling de verwarming in de maximumstand wordt gezet.

De airconditioning met automatische temperatuurregeling werkt alleen als de motor draait en de aanjager is ingeschakeld. Het systeem werkt pas optimaal als met gesloten zijruiten wordt gereden.

../../../../global/pictures_smart/symb_baum.png

Milieu-aanwijzing

De ruiten bij het gebruik van de airconditioning met automatische temperatuurregeling gesloten houden. Zo wordt brandstof bespaard.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

Bij warm weer de auto kort ventileren. Zo kan de gewenste interieurtemperatuur sneller worden bereikt.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

WAARSCHUWING

Als de motor met de stop-start-functie wordt afgezet en de aanjager ingeschakeld is, kunnen de ruiten beslaan. Hierdoor zou u de verkeerssituatie niet goed meer kunnen beoordelen en een ongeval kunnen veroorzaken.

In dit geval de stop-start-functie uitschakelen en de regelaar voor de temperatuur geheel naar boven schuiven.

Overzicht functies temperatuurregelsysteem

Verwarming

images/img90a51da68ea5f4a5351f19151cbfc241_1_--_--_JPG72.jpg
mbsymb6_inv_003a.png Luchthoeveelheid vergroten resp. verkleinen
mbsymb6_inv_003b.png Achterruitverwarming
mbsymb6_inv_003d.png Luchtverdeling
mbsymb6_inv_003f.png Temperatuur verhogen en verlagen

Airconditioning met automatische temperatuurregeling

images/imgdb2306b88ea6641c351f19150d4c4279_1_--_--_JPG72.jpg
mbsymb6_inv_003a.png Luchthoeveelheid vergroten resp. verkleinen
mbsymb6_inv_003b.png Airconditioning met automatische temperatuurregeling in- en uitschakelen
mbsymb6_inv_003d.png Achterruitverwarming
mbsymb6_inv_003f.png Luchtrecirculatie
mbsymb6_inv_0041.png Temperatuur verhogen en verlagen
mbsymb6_inv_0042.png Luchtverdeling

Temperatuurregeling in- en uitschakelen

Verwarming

Bedieningseenheid meer.

Inschakelen: De sleutel in het contactslot moet in stand 1 staan.

Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_003f.png omhoogschuiven.

Uitschakelen: Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_003f.png geheel omlaagschuiven.

Airconditioning met automatische temperatuurregeling

Bedieningseenheid meer.

De motor moet draaien.

Inschakelen: Aanjagerschakelaar mbsymb6_inv_003a.png in stand 1 of hoger zetten.

Toets mbsymb6_inv_003b.png van de airconditioning met automatische temperatuurregeling indrukken.

Het controlelampje in toets mbsymb6_inv_003b.png gaat branden. De airconditioning met automatische temperatuurregeling is ingeschakeld.

Uitschakelen: Opnieuw toets mbsymb6_inv_003b.png indrukken.

Het controlelampje in toets mbsymb6_inv_003b.png dooft. De airconditioning met automatische temperatuurregeling is uitgeschakeld.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

Als het contact weer wordt ingeschakeld, wordt de opgeslagen toestand weer hersteld.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

De airconditioning met automatische temperatuurregeling wordt kortstondig uitgeschakeld:

  • als het motortoerental te laag is

  • bij het wegrijden

  • bij een koelvloeistoftemperatuur van meer dan 115 Mbsymb3_00a5.png

  • bij buitentemperaturen onder 3 Mbsymb3_00a5.png .

Temperatuur instellen

Verwarming

Bedieningseenheid meer.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

De temperatuurinstelling slechts met kleine stappen tegelijk wijzigen.

Verhogen of verlagen: Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_003f.png omhoog- of omlaagschuiven.

Snel koelen

Aanjagerschakelaar mbsymb6_inv_003a.png geheel omhoogschuiven.

Draaiknop mbsymb6_inv_003d.png voor de luchtverdeling in stand mbsymb1b_inv_0050.png zetten.

Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_003f.png geheel omlaagschuiven.

De richting van de luchtroosters naar behoefte instellen.

Snel verwarmen

Aanjagerschakelaar mbsymb6_inv_003a.png in stand 3 zetten.

Draaiknop mbsymb6_inv_003d.png voor de luchtverdeling tussen stand mbsymb1b_inv_007a.png en mbsymb1b_inv_004f.png zetten.

Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_003f.png geheel omhoogschuiven.

De luchtroosters in de richting van de inzittenden instellen.

Airconditioning met automatische temperatuurregeling

Bedieningseenheid meer.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

Aanbeveling: De temperatuurregelaar op 22 Mbsymb3_00a5.png zetten. De temperatuur slechts met kleine stappen wijzigen.

Verhogen of verlagen: Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_0041.png omhoog- of omlaagschuiven.

Luchtroosters instellen

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

WAARSCHUWING

Uit de luchtroosters kan zeer hete of zeer koude lucht stromen. Hierdoor kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de luchtroosters, op plaatsen waar de huid niet is beschermd, brandwonden of bevriezingen ontstaan. Onbeschermde lichaamsdelen uit de buurt van deze luchtroosters houden. Zo nodig met de luchtverdeelschakelaar de luchtstroom niet naar de beenruimte, maar naar een ander deel van het interieur leiden.

Voor een ongehinderde luchtstroom door de luchtroosters op de volgende aanwijzingen letten:

  • De luchtinlaat vrijhouden van afzettingen, bijvoorbeeld ijs of sneeuw, zodat voldoende buitenlucht naar het interieur kan worden gevoerd.

  • De luchtroosters in het interieur altijd vrijhouden.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

Voor een tochtvrije ventilatie de schuiven van de middelste luchtroosters en de zijluchtroosters in het midden zetten.

Middelste luchtroosters

images/img68ad41776f015a10351f191513d8e2f2_1_--_--_JPG72.jpg
mbsymb6_inv_003a.png Instelbaar middelste luchtrooster, links
mbsymb6_inv_003b.png Instelbaar middelste luchtrooster, rechts

Instellen: Omhoog- of omlaagdraaien of links- of rechtsom schuiven.

Openen: Handgreep mbsymb6_inv_003a.png of mbsymb6_inv_003b.png naar binnen in de richting van de middenconsole schuiven.

Sluiten: Handgreep mbsymb6_inv_003a.png of mbsymb6_inv_003b.png geheel naar buiten in de richting van de zijruit schuiven.

Zijluchtroosters

images/img16f448096f02bf0d351f191508e72322_1_--_--_JPG72.jpg
mbsymb6_inv_003a.png Instelbaar zijluchtrooster
mbsymb6_inv_003b.png Ontwasemingsrooster zijruit

Openen: Handgreep mbsymb6_inv_003a.png naar binnen in de richting van de middenconsole schuiven.

Sluiten: Handgreep mbsymb6_inv_003a.png geheel naar buiten in de richting van de zijruit schuiven.

Luchtverdeling instellen

De symbolen op de draaiknop hebben de volgende betekenis:

mbsymb1b_inv_007a.png

Lucht naar de voorruit en de zijruiten

mbsymb1b_inv_004f.png

Lucht naar de beenruimte en door de middelste luchtroosters en de zijluchtroosters

mbsymb1b_inv_0050.png

Lucht uit de middelste luchtroosters en zijluchtroosters.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

De draaiknop kan ook tussen twee symbolen in worden gezet.

Verwarming

Bedieningseenheid meer.

Draaiknop mbsymb6_inv_003d.png op het gewenste symbool draaien.

De luchtverdeling wordt overeenkomstig de standen van de draaiknop geregeld.

Airconditioning met automatische temperatuurregeling

Bedieningseenheid meer.

Draaiknop mbsymb6_inv_0042.png op het gewenste symbool draaien.

De luchtverdeling wordt overeenkomstig de standen van de draaiknop geregeld.

Luchthoeveelheid instellen

De luchthoeveelheid kan handmatig in vijf standen worden ingesteld. De luchthoeveelheid wordt overeenkomstig de gekozen stand geregeld.

0

Aanjager uit

1

Aanjager langzaam

2

Aanjager midden

3

Aanjager hoog/ontwasemen

4

Aanjager maximaal

Bedieningseenheid meer.

Luchthoeveelheid verhogen of verlagen: Aanjagerschakelaar mbsymb6_inv_003a.png omhoog- of omlaagschuiven.

Voorruit ontwasemen

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

WAARSCHUWING

Nooit met bevroren of beslagen ruiten rijden. Het zicht wordt dan aanzienlijk belemmerd. Door het verminderde zicht kunt u zichzelf en anderen in gevaar brengen. Hierdoor zou u de verkeerssituatie niet goed meer kunnen beoordelen en een ongeval kunnen veroorzaken.

Voor het optimaal ontdooien van de ruiten moeten deze vóór het starten van de motor met een ijskrabber volledig ijsvrij worden gemaakt.

../../../../global/pictures_smart/symb_baum.png

Milieu-aanwijzing

Het laten warmdraaien van de motor als de auto stilstaat is schadelijk voor het milieu en de motor. Daarom de ruiten vóór het starten ijsvrij maken en de beslagen ruiten drogen.

Verwarming

Bedieningseenheid meer.

Inschakelen: Aanjagerschakelaar mbsymb6_inv_003a.png in stand 3 zetten.

Luchtverdeelschakelaar mbsymb6_inv_003d.png in stand mbsymb1b_inv_007a.png zetten.

Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_003f.png geheel omhoogschuiven.

Airconditioning met automatische temperatuurregeling

Bedieningseenheid meer.

Inschakelen: Aanjagerschakelaar mbsymb6_inv_003a.png in stand 3 zetten.

Luchtverdeelschakelaar mbsymb6_inv_0042.png in stand mbsymb1b_inv_007a.png zetten.

Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_0041.png geheel omhoogschuiven.

Achterruitverwarming in- en uitschakelen

De achterruitverwarming dient voor het snel ontdooien van de achterruit en zorgt als de achterruit is beslagen voor vrij zicht. Na 10 minuten wordt de achterruitverwarming automatisch uitgeschakeld.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

Als de accuspanning te laag is, kan de achterruitverwarming worden uitgeschakeld.

images/img66c7dd9f6f089dad351f191522aaa2c0_1_--_--_JPG72.jpg

De contactsleutel moet in stand 1 staan.

Inschakelen: Toets mbsymb6_inv_003a.png indrukken.

Het controlelampje in de toets gaat branden. De achterruitverwarming is ingeschakeld.

Uitschakelen: Opnieuw toets mbsymb6_inv_003a.png indrukken.

Het controlelampje in de toets dooft. De achterruitverwarming is uitgeschakeld.

Luchtrecirculatie in- en uitschakelen

Bij onaangename geuren in de buitenlucht kan bij de airconditioning met automatische temperatuurregeling de toevoer van buitenlucht tijdelijk worden uitgeschakeld. In dat geval wordt geen buitenlucht meer aangezogen, maar wordt de lucht in het interieur gerecirculeerd.

../../../../global/pictures_smart/symb_achtung.png

WAARSCHUWING

Bij een lage buitentemperatuur de stand luchtrecirculatie slechts kortstondig inschakelen. Anders kunnen de ruiten beslaan en kan verminderd zicht gevaar voor uzelf en voor anderen opleveren. Hierdoor zou u de verkeerssituatie niet goed meer kunnen beoordelen en een ongeval kunnen veroorzaken.

Bedieningseenheid meer.

Uitschakelen: Toets mbsymb6_inv_003f.png indrukken.

Het controlelampje in toets mbsymb6_inv_003f.png gaat branden. De lucht circuleert in het interieur.

Uitschakelen: Opnieuw toets mbsymb6_inv_003f.png indrukken.

Het controlelampje in toets mbsymb6_inv_003f.png dooft. De lucht wordt van buitenaf toegevoerd.

Extra verwarmingssysteem

Het elektrische extra verwarmingssysteem[1] zorgt ervoor dat de dieselmotor na het starten tijdens de warmdraaifase de bedrijfstemperatuur sneller bereikt en het interieur sneller wordt opgewarmd.

Verwarming

Bedieningseenheid meer.

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

Het extra verwarmingssysteem kan alleen worden ingeschakeld als:

  • de buitentemperatuur lager dan 15 Mbsymb3_00a5.png is

  • de koelvloeistoftemperatuur lager dan 70 Mbsymb3_00a5.png is.

Inschakelen: Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_003f.png geheel omhoogschuiven.

Het extra verwarmingssysteem is ingeschakeld.

Uitschakelen: Temperatuurregelaar mbsymb6_inv_003f.png een stand omlaagschuiven.

Het extra verwarmingssysteem is uitgeschakeld.

Airconditioning met automatische temperatuurregeling

../../../../global/pictures_smart/symb_info.png

Het extra verwarmingssysteem wordt alleen ingeschakeld als:

  • de buitentemperatuur lager dan 15 Mbsymb3_00a5.png is

  • de koelvloeistoftemperatuur lager dan 70 Mbsymb3_00a5.png is.

Het extra verwarmingssysteem wordt ingeschakeld als de temperatuur in het interieur beduidend lager is dan de temperatuur die op het bedieningseenheid is ingesteld. Als de ingestelde temperatuur wordt bereikt, wordt het extra verwarmingssysteem automatisch weer uitgeschakeld.

Voetnoten

[1]
Alleen auto's met dieselmotor.

Datum van drukken:

17-05-2012

Interactieve handleiding [Verdiepen | Bedienen | Temperatuurregeling]

Uitgave van de handleiding: ÄJ 2012-Ma

Aanwijzing: De online-handleiding is altijd de meest actuele versie. Eventuele afwijkingen ten opzichte van uw auto kunnen mogelijk niet behandeld zijn, omdat Mercedes-Benz zijn auto's voortdurend aan de nieuwste technische ontwikkelingen aanpast en wijzigingen in de vorm en uitrusting doorvoert. Houdt u er daarom rekening mee dat deze Online-handleiding in geen geval de gedrukte handleiding vervangt, die bij de auto werd geleverd.